Polsbreuken…


komen helaas erg vaak voor: in Nederland melden zich elk jaar tussen de 50.000 en 60.000 patiënten met een polsbreuk op de eerste hulp! In de meeste gevallen ontstaat de breuk door een ongelukkige val op de uitgestrekte arm, een sport- of verkeersongeval. 

Er bestaan verschillende soorten polsbreuken: van enkelvoudige breuken van het spaakbeen tot zeer uitgebreide, ‘verbrijzelingsbreuken’. Vaak is er ook sprake van bijkomend bandletsel rondom het polsgewricht en hand. Door de pols rust te geven, wordt het bandletsel ook gelijk behandeld. Zelden houden patienten klachten hiervan over. Als dit toch het geval is, is soms een aanvullende behandeling noodzakelijk.



De prognose hangt af van: 

  • Betrokkenheid van het gewricht en kraakbeen in de breuk
  • Leeftijd van de patient
  • Bijkomende psychische problemen zoals depressie of geestesziekten
  • Botkwaliteit (osteoporose)
  • Drugs- of alcoholmisbruik vanwege het niet volgen van instructies
  • Reeds bestaande slijtage (artrose) of ontstekingen van het gewricht
  • Roken remt de groei van nieuw bot en geeft meer infecties na een operatie
  • Gezonde voedingstoestand

    stoppen met roken

Vooral de betrokkenheid van het gewricht in de breuk is van belang voor de uiteindelijke functie en bewegelijkheid van het gewricht. In dat geval is er altijd sprake van kraakbeenschade. Hierdoor kan er in de toekomst vervroegde slijtage ontstaan in de pols met stijfheidsklachten en soms pijn tot gevolg. Het zijn dan ook vaak deze uitgebreidere breuken die alsnog geopereerd moeten worden (zie behandeling) na week. Door het bot weer zo goed mogelijk op de natuurlijke plek te fixeren, staat het kraakbeenlaagje ook weer op de natuurlijke positie. Hierdoor voorkomt de chirurg dat het oppervlak oneffen wordt waardoor de slijtage zou kunnen ontstaan. Bij bejaarde patiënten speelt het probleem van de slijtage een veel minder grote rol en kan deze groep ook erg goed de pols gebruiken ondanks wat minder bewegelijkheid.

De behandeling van polsbreuken is maatwerk en wordt altijd in overleg met de patiënt genomen. Het kan dus voorkomen dat verschillende traumachirurgen, orthopeden of ziekenhuizen soms tot een andere behandeling komen. Het gezegde luidt niet voor niets: zoveel mensen, zoveel wensen!