Operatieve behandeling


Sommige breuken blijken instabiel te zijn na de eerste week: dat wil zeggen dat breuk verplaatst is door trekkrachten van de pezen in de onderarm. Een gips alleen kan dit niet voorkomen omdat de pezen onwillekeurig aangespannen worden door het lichaam.

Om de breuk te herstellen en te fixeren zijn er verschillende behandelingen mogelijk. De meest gebruikte behandeling is die door middel van een polsplaatje. Deze ligt diep onder de spieren en pezen aan de voorzijde van de pols zodat hij nagenoeg geen klachten geeft tijdens en na de behandeling.


De Polsplaat

De 'volaire polsplaat' is een anatomisch voorgevormde plaat van roestvrij staal of titanium die de breuk inwendig op zijn plaats houdt met schroefjes aan de voorzijde van de pols. Het voordeel is dat de meeste patiënten na de operatie sneller onbelast kunnen oefenen (zie tips) vergeleken met andere chirurgische behandelingen! Uit studies is gebleken dat dit op kortere termijn (< 3 maanden) voordeel kan bieden boven gips bij met name jongere patiënten (18 - 55 jaar). In de meeste gevallen kan de patiënt direct na de operatie starten met oefenen en is er slechts een drukverband nodig voor de eerste 48 uur.

polsplaat_plt


Hoewel het plaatje probleemloos levenslang kan blijven zitten geeft toch een zeer klein deel van de patiënten aan, het plaatje te willen laten verwijderen. Een tweede operatie is dan nodig om het plaatje te verwijderen. Dit kan pas na 6 tot 12 maanden na de eerste operatie en uiteraard alleen wanneer het bot volledig genezen is op de röntgenfoto. Het plaatje roest niet, en geeft ook geen problemen bij metaaldetectie!



De Externe Fixateur


De externe fixateur is een uitwendige stellage ‘over de breuk’ heen door middel van schroeven en pennen. Het voordeel van deze behandeling is dat de huid, de breuk en gunstige herstelstoffen rondom de breuk ongemoeid blijven!

Hierdoor is de kans op littekenvorming of ontsteking van het gewricht of de botbreuk geminimaliseerd. Er zijn 4 kleine prikgaatjes nodig om de fixateur aan het bot te bevestigen. Er komen 2 schroeven boven de breuk en twee onder de breuk (bij de hand) te staan. Hierna worden deze verbonden.
De schroeven worden na 6 tot 8 weken poliklinisch verwijderd. Er blijft dus geen metaal achter in de pols zoals na een polsplaatje. Het nadeel van deze techniek is dat de pen-openingen in de huid dagelijks schoongehouden moeten worden en dat oefeningen pas gestart kunnen worden na het verwijderen van de fixateur. Ook kan het dragen van bovenkleding met lange mouwen lastiger zijn.


behandeling


K-draad techniek


Soms hoeft de breuk alleen maar gestut en gefixeerd te worden. Dit gebeurt dan door middel van kleine staaldraden (k-draden) die als een hevel gebruikt worden en daarna in het bot geboord worden. Hierdoor hoeven geen grote sneden in de huid gemaakt te worden. De uitstekende delen boven de huid worden omgebogen en vaak voorzien van een stukje plastic om wondjes te voorkomen. De draden kunnen meestal na 4 -6 weken poliklinisch (dus zonder extra narcose of pijnstilling op de polikliniek!) verwijderd worden. Dit is over het algemeen niet pijnlijk aangezien de pinnetjes steeds losser komen te zitten. Deze techniek wordt vaak bij kinderen gebruikt.



Plaat, Externe Fixateur of K-draden?


Uit studies is gebleken dat de uiteindelijke polsfunctie na alle behandelingen na 1 jaar hetzelfde is. Vaak wordt voor een fixateur gekozen bij uitgebreide zwelling of wonden rondom het polsgewricht of wanneer de fractuur uit  te veel (kleine) fragmentjes bestaat waardoor het niet mogelijk is de breuk inwendig te fixeren. Voor een polsplaat wordt vaak gekozen bij jongere patiënten die sneller aan het werk of sport willen. Het herstel verloopt iets sneller na een polsplaatje, mits de patiënt ook inderdaad kan / wil oefenen na de operatie. K-draden worden vaker bij kinderen gebruikt en geven nagenoeg geen littekens.